 |  |
"Van Dante tot Neruda" '123 wereldgedichten om uit het hoofd te kennen' bloemlezing samenstellers: Koen Stassijns (foto) en Ivo van Strijtem uitgever: Lannoo, Tielt 304 blz. , € 17,95 ISBN 978 90 209 8323 4 www.terralannoo.nl www.lannoo.com
|
 |
Het Voorwoord tot deze bundel kan gevoeglijk worden overgeslagen: het bevat nauwelijks relevante informatie en is een tikje prekerig van toon. De bloemlezing zelf: een juweel Stuk voor stuk meesterwerken van dichters uit de niet-Nederlandse literatuur in vertalingen die vaak wedijveren met de originelen. (Aan het tot stand komen van die Nederlandse vertalingen heeft een groot aantal professionals meegewerkt; het zou niet eerlijk zijn om er hier slechts een paar te noemen en álle namen opsommen heeft weinig zin.) Jofel, dat de oorspronkelijke teksten mede zijn opgenomen. Kun je zien hóé goed de meeste in het Hollands zijn weergegeven.
Jammer (voor mij) dat ik geen woord van het voor de Russsische gedichten uiteraard gebezigde Cyrillische schrift kan ontcijferen. Maar de vertalingen ernaast maken dat weer goed. Zie hieronder bijvoorbeeld de eerste vier strofen van een ongetiteld stukje sfeer beschreven door Marina Tsvetajeva (1892-1941):
Mijn vreemde mooie broer, neem uit mijn handen aan De stad die niet door mensenhanden is ontstaan.
Met alle honderd kerken - één voor één, De fladderende duiven er om heen.
En eveneens de bloemomrankte Spasskipoort, Waar gelovigen het hoofd ontbloten naar 't behoort.
En de kapel - die wijkplaats voor 't geweten is Waarvan de vloer door kussen afgesleten is. (pag. 205)
Mijn advies (voor wat het waard is): Kopen, deze bundel, en lezen. Het genieten komt vanzelf. Een paar appetizers als slot van deze reclame. Te weten de eerste strofe van die beeldschone 'Ballade du concours de Blois' van de vijftiende-eeuwer François Villon (pag. 27) en de laastste van een uit zeven met zorg gekozen coupletten bestaand fragment uit Oscar Wilde's (1854-1900) aangrijpende 'The Ballad of Reading Goal' (pag. 134). En, alwéér, wàt een vertalingen!
Ik sterf van dorst nabij de koele bronnen, Heet als een vuur kleum ik en klappertand, als heerser leef ik weerloos overwonnen, in eigen land ben 'k in vijandig land, steenkoud ril ik nabij de schouw die brandt, naakt als een worm ga ik als vorst gekleed, mijn troost vind ik in droeve wanhoopsklacht, vermaak schep ik in kommer en in leed, warm welkom en door iedereen veracht.
Toch, elkeen doodt wat hij bemint, voorgoed zij dit bewaard, de een met een verbitterd woord, de ander doodbedaard. De lafaard doet het met een kus, de dappere met een zwaard.
Jaap Reiding
|
|
 |  |