Deze website is mede mogelijk gemaakt door Glimworm IT
HEINRICH HEINE
"Duitsland, een wintersprookje"
en andere gedichten
oorspr. titel: 'Deutschland, ein Wintermärchen'
auteur : Heinrich Heine
vertalers : Peter Verstegen en Marko Fondse
uitgever : Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam
788 blz., € 39,95
ISBN 978 90 253 6427 4
www.uitgeverijathenaeum.nl


Deze bundel wil een beeld geven van Heines dichterschap dat meer de nadruk legt op zijn satirische en absurdistische dan op zijn romatisch-amoureuze kant.
Met deze woorden opent Peter Verstegen zijn Voorwoord tot de door hem samengestelde, veelomvattende bloemlezing uit Heinrich Heines lyrisch oeuvre.

Dit 'een beeld geven' is schitterend gelukt.
Het Voorwoord alléén al. Op slechts twee bladzijden (In der Beschränkung zeigt sich der Meister) een overvloed aan relevante informatie. Over Heines humor bijvoorbeeld, die berust op het ongerijmde en burleske, op sardonische spot en melancholie die kan omslaan in bijtend sarcasme. - Dat is juist geobserveerd en er bestaan genoeg (ook Duitse) literatuurboeken die minder pregnant overkomen in hun formulering van dit aspect in Heines werk.

Sarcastische ironie en satire komen meteen al aan de orde in het lange openingsgedicht: 'Duitsland, een wintersprookje', waarin Heine veel van zijn ongenoegen inzake politieke en sociale kwesties de vrije teugel laat. Bijvoorbeeld: in de vierde strofe laat de dichter, vanuit Frankrijk op weg naar Duitsland en aankomend bij de grens, een zichzelf op de harp begeleidend meisje een lied zingen over het aardse tranendal, maar wijs houden doet ze niet - ze heeft het lied dan ook geleerd van huichelachtige machthebbers, die het sukkelig volk / In slaap wiegen met gefemel. Heine windt er geen doekjes om, maar het voert te ver, hier op door te gaan. Terug naar het meisje met de harp:

Ein kleines Harfenmädchen sang,
Sie sang mit wahrem Gefühle
Und falscher Stimme, doch ward ich sehr
Gerühret von ihrem Spiele.

Peter Verstegen vertaalt het couplet met:

Er zong daar een meisje bij de harp
Met echt gevoel over het leven,
Ze zong wel vals, maar haar snarenspel
Was boven verdenking verheven.

Terwijl het meisje zingt, doorzoeken de douaniers Heines bagage, doch:

Ihr Toren, die Ihr im Koffer sucht!
Hier werdet Ihr nichts entdecken!
Die Contrebande, die mit mir reist,
Die hab ich im Kopfe stecken.

En daarnaast Verstegens overzetting in het Nederlands:

Ach dwazen! Dat zoeken in mijn valies,
Daar hebt u niets van te verwachten!
De contrabande die ik importeer,
Voer ik mee in mijn gedachten.

Nóg een uitermate positief punt van 'Wintersprookje': de oorspronkelijke (dus Duitse) teksten zijn mee afgedrukt, staan op de linker bladspiegel naast Verstegens vertalingen op de bijbehorende rechter pagina. Heel praktisch. En prettig, want je krijgt toch maar een fors aantal van Heines Verzamelde Gedichten in hun Originalfassung voor ogen, èn je komt te weten hoe een professionele vertaler van naam omgaat met tekstuele problemen, en niet zelden een sublieme oplossing vindt. Voorbeeld (één uit zéér vele) - een vierregelig versje op pag. 234 en 235:

Stehst du in vertrautem Umgang mit Damen,
Schweig, Freundchen! still, und nenne nie Namen:
Um ihretwillen, wenn sie fein sind,
Um deinetwillen, wenn sie gemein sind.

Verstegens weergave:

Ga je vertrouwelijk om met een dame,
Wees dan discreet, vriend, en noem nimmer namen:
Om harentwil als ze netjes is,
Om jouwentwil als het een een sletje is.

Niet alle vertalingen zijn van Verstegen, sommige komen van zijn (overleden) collega en vriend Marko Fondse. (Hun verbondenheid heeft onder andere geleid tot het literaire tijdschrift 'De Tweede Ronde') - Het lijkt me gepast, ook van hèm een bijdrage te citeren. Ik kies het An einen politischen Dichter gerichte commentaar (pag. 326 en 327):

Du singst wie einst Tyrtäus sang,
Von Heldenmut beseelet,
Doch hast du schlecht dein Publikum
Und deine Zeit gewählet.

Fondse:

Je zingt als eens Tyrtaeus deed,
Door heldenmoed bevlogen,
De keus van je publiek en tijd
Had wel wat beter gemogen.

Na vastgesteld te hebben dat een publiek van meelopers best bereid is, genoemde Dichter bij te vallen en manchen Schlachtgesang / Lautbrüllend nachzusingen (oftewel: En menig strijdgezang van jou / Weten ze mee te brullen) besluit Heine zijn sarcastische kritiek met:

Der Knecht singt gern ein Freiheitslied
Des Abends in der Schenke:
Das fördert die Verdauungskraft
Und würzet die Getränke.

Hulde voor de versie die Fondse ervoor bedacht:

Zijn vrijheidslied zingt de lakei
Graag in de slijtersnering;
Het geeft de drankjes extra pit
En 't helpt de spijsvertering.

O ja, vóór ik het vergeet (ik citeer nu de bovenste regels van pag. 747 in het uitvoerige en van a tot z boeiende corpus van Aantekeningen, dat Verstegen aan de uitgave heeft toegevoegd): Tyrtaeus was een Spartaanse dichter uit de zevende eeuw v. Chr. die opzwepende krijgsliederen schreef. Over de identiteit van de toegezongen dichter bestaat onenigheid. Het kan gaan om Hoffmann von Fallersleben, die vaker door Heine op de korrel werd genomen. Een andere kandidaat is Emanuel Geibel. In elk geval keert Heine zich met dit gedicht tegen de door hem als gemakzuchtig veroordeelde 'Tendenzpoesie'.

Het Nawoord (allicht, zo'n boek krijgt een goeie uitsmijter - het kan niet op!) is van Arnon Grunberg, die de beschrijving van zijn aanvankelijk wat ambivalente maar uiteindelijk positieve gevoelens ten opzichte van Heine kruidt met wise-cracks als: In deze tijden is ironie vrijwel nooit meer de uitdrukking van oneindige pijn, niet eens meer de poging om eraan te ontkomen, maar een modeverschijnsel, een deuntje. Geen wonder dat die ironie zo veel vijanden heeft.

Misschien dat het aantal vijanden afneemt als véél literatuurliefhebbers het hierboven aangeprezen 'Wintersprookje' aanschaffen. Het ware te wensen.

Jaap Reiding