 |  |
"Lucien Leuwen" roman auteur : Stendhal (foto) vertaling : Leo van Maris uitgever : Atlas, Amsterdam /Antwerpen 607 blz., € 34,90 ISBN 978 90 450 0077 0 www.uitgeverijatlas.nl
|
 |
Een roman voor mensen met zitvlees, stelt Coen Peppelenbos niet ten onrechte vast, in een gemakkelijk op Internet te traceren, niet al te lange, puntige bespreking van Stendhals 'Lucien Leuwen'. Die mensen moeten, vindt Peppelenbos, dan ook nog eens veel belangstelling voor de Franse geschiedenis hebben. Beide kanttekeningen zijn goed getroffen. Voor een zo sterk 'gelaagde', zo breed opgezette en van zoveel personages uitpuilende roman heeft zelfs de meest fervente lettervreter geduld nodig. Maar diens leeshonger wordt dan wèl door een literair menu van vele gevariëerde en exquise gangen gestild. Enkele van die aspecten:
De vertaling. Sfeervol. Het Nederlands van vertaler Van Maris doet, voorzover ik dat kan beoordelen, volledig recht aan de stijl die Stendhal ook in zijn andere romans ('Le rouge et le noir' en 'La chartreuse de Parme') toepast: een vrij zakelijke woordkeus, zonder tierelantijnen; rechttoe, rechtaan - soms op het droge af, maar juist daardoor imponerend. Ter illustratie (een willekeurige keuze) het begin van Hoofdstuk 28 (pag. 227): We nemen de vrijheid een sprong van twee maanden in de tijd te maken. Dat is des te gemakkelijker omdat Leuwen na die twee maanden geen stap verder was gekomen dan de eerste dag. Omdat hij ervan overtuigd was dat hij geen talent had om een vrouw verlangen in te blazen, vooral niet als hij serieus verliefd op haar was, probeerde hij iedere dag niet méér te doen dan wat hem op een bepaald moment het beste beviel. Nooit legde hij zich het ene kwartier iets onaangenaams op, een inspanning, een verstandige daad, alleen om het volgende kwartier bij mevrouw de Chasteller meer in de liefde te bereiken. Hij zei haar in ieder opzicht de waarheid; en als illustratie daarvan liet zij zich op een avond tegenover hem ontvallen: ' 'Maar ik heb de indruk dat u tegen mijnheer de Serpierre dingen zegt die absoluut het tegendeel zijn van wat u denkt en tegen mij vertelt. Bent u misschien een beetje onoprecht? Als dat zo is zouden de mensen die het goed met u voorhebben daarover heel ongelukkig zijn.'
De historische achtergrond. Stendhal (pseudonym van Henri Beyle) stierf in 1842 en had als Fransman dus de politieke ontwikkelingen na de val van Napoleon (1813) persoonlijk van nabij meegemaakt: De periode van de zg. 'Restauratie' (de terugkeer van de adel, tot en met het koningshuis, in vroegere functies), de Julirevolutie van 1830 (waardoor het volk weer aan de macht kwam) en de nogal muffe sfeer daarna. Deze setting van Franse (maar toch ook Europese) geschiedenis verleent de roman een aparte charme. Bovendien ontwikkelt zich daaruit een belangrijk motief, namelijk de botsing tussen een gevoelig, idealistisch type als de hoofdpersoon in dit verhaal en zijn in-burgerlijke tijdgenoten. (Stendhals kritiek tegen de heersende bekrompenheid van het door hem beschreven tijdperk ligt er even duimendik op als in 'Le rouge et le noir', dat hij eerder geschreven had.)
De karaktertekeningen. Niks mis mee. Stendhal verstond de kunst zijn romanfiguren niet in de eerste plaats door beschrijvingen, maar vooral ook door middel van hun eigen woorden (gedacht of gesproken, in monologen of gesprekken) aan de lezers voor te stellen. Vanuit die gegevens kan de lezer zich zelf een oordeel vormen over de aard van de diverse personages. Al zullen de meningen over Lucien Leuwen of Madame de Chasteller, een weduwe op wie hij verliefd raakt, vermoedelijk eensluidend uitvallen: onvoorstelbaar, dat deze twee bij iemand onsympathiek zouden overkomen.
Het verhaal. Niet de minst belangrijke 'laag' in dit verband. Maar haast onmogelijk in kort bestek na te vertellen. Een poging: Lucien Leuwen wordt wegens (niet bewezen) republikeinse sympathieën van de Parijse school gestuurd waar hij technisch onderwijs volgde, maar zijn invloedrijke papa weet hem als luitenant onder te brengen in de oersaaie garnizoensstad Nancy. Hij leert er hoe hij zich tegen kleinzielige en tot corruptie geneigde superieuren en andere ondermaatse vertegenwoordigers van een maatschappij met vervaagde normen en waarden te weer moet stellen.
Hij maakt echter ook kennis met Bathilde de Chasteller, een jonge weduwe met een gezond verstand en niet in staat tot gehuichel. (Geen wonder dat Stendhal voor de roman 'Lucien Leuwen' de titel 'Le rouge et le Blanc' overwogen heeft.) Jammer dat Lucien bij zijn aankomst in Nancy precies voor de ogen van Bathilde van zijn paard moest vallen. Zijn gevoel van eigenwaarde had daardoor een deuk opgelopen, geen gunstige factor in de ontwikkeling van een liefdesrelatie. En als het dan toch nog wat lijkt te worden tussen die twee, wordt Bathilde er tegenover Lucien (volkomen ten onrechte - het gaat om een smerige intrige) van beticht dat ze een onecht kind ter wereld heeft gebracht.
Lucien gaat terug naar Parijs en probeert een carrière op te bouwen als politicus. Dat lijkt aardig te lukken, maar als hij tijdens een verkiezingscampagne met paardenvijgen bekogeld wordt, houdt hij de politiek voor gezien. Lucien overweegt naar Amerika te vertrekken, maar daar komt het niet van. Zijn vader sterft onverwacht, Lucien moet de erfeniskwesties regelen (zijn moeder is daartoe absoluut niet in staat, is altijd verwend en door iedereen naar de ogen gezien) en dat valt nog niet mee, omdat pa de zaken dermate verwaarloosd blijkt te hebben dat een faillissement het gevolg is. Lucien ziet af van het geld dat er eventueel nog voor hem op zou kunnen overschieten, zorgt dat zijn moeder niets tekortkomt en accepteert een functie in de ambassade van een stad die als Capel wordt aangeduid. (Stendhalkenners vermoeden dat hiermee Rome bedoeld is.)
Met Luciens aankomst in Capel eindigt de roman. Je zou van een onvoltooid werk kunnen spreken, ook al omdat Luciens verhouding tot Madame de Chasteller niet op de een of andere manier afgerond wordt, maar aan de ontwikkeling van de hoofdpersoon hoeft niets meer toegevoegd te worden, die is af, en wat de auteur verder nog mee te delen had is dan eveneens allang zo klaar als een klontje.
Jaap Reiding
|
|
 |  |