 |  |
"Geluksbrenger" gedichten auteur : Rozalie Hirs uitgever : Querido, Amsterdam 76 blz., € 18,95 ISBN 978 90 214 3503 9
|
 |
De eerste afdeling van Geluksbrenger, "Geluksbrenger sporen", begint ("Stamboom", "Geluksbrenger sporen", "Toen leerde ik (0-38 jaar)") en eindigt ("Dromen 1989", "Levensloop", "Dagelijks", "Straatnamenregister", "Gevonden voorwerpen 1989") met massieve, vierkante woordenblokken die tijdens het lezen geen emotie oproepen en daarna vooral een grote leegte van betekenisloosheid achterlaten. Daartussendoor toont "Vlinders gras" in vier bladzijden dat die emotieloze leegte moeiteloos in stand wordt gehouden wanneer er meer en zelfs veel wit aan wordt toegevoegd.
In de tweede afdeling, "Gekromde tijd", probeert de massieve leegte zich te vermommen in tweeregelige verzen, maar tevergeefs; wanneer een strofe de indruk van betekenis wekt, rationeel of emotioneel, weten volgende strofen dat weer snel teniet te doen, de lezer opnieuw achtergelaten met de grote leegte. In de derde afdeling, "Nu is een roos", wordt een grotere diversiteit toegepast en wanneer bladzijde vijftig nadert zijn er zelfs enkele intrigerende gedichten geweest, zoals "Verbeelding engelbeest" of "Lichaam water". Alles went? Misschien. Maar Hirs voorkomt dat, want in de laatste afdeling, "Gekromde ruimte", bestaan de teksten weer uit de losse woorden in overvloedig wit, zonder werkelijke betekenis, zoals we dat uit de eerste afdeling al kende.
Het nawoord - "Met dank aan Jan Kuijper" - geeft aan dat een aantal gedichten eerder is verschenen in vooraanstaande tijdschriften en bij diverse uigevers, een aantal is in opdracht geschreven, waaronder het Fonds voor de Letteren. Het moet dus wel goed zijn. Een mening vraagt altijd om een voorbeeld. In dit geval is dat moeilijk te geven, omdat de massieve tekstblokken of de met losse woorden gevulde leegte teveel ruimte zouden vragen.
Straatnamenregister
Daar floept floris tevoorschijn boterzacht kiest bunche uit twee vuisten lange vingers speelt een vleugel acacia met berken en een zusje vindt florian een doodskopje in het weiland rozenknop in de sneeuw vertelt schiller een vervolgverhaal steelt een brommer Rembrandt probeert blind te tennissen (blauw oog) traint bleeker als dichter lichtgewicht ligt laares in een tuin vol brandnetels van der marck maar berg en bach luistert tromp rookt een joint droomt het noorden volle nachtboeken slaat omero een jongen op zijn bek nemen haaksbergen een aanloop begint als toren opnieuw loopt bezuidenhout naar huis door vlammen komen als lange beesten op een wit tapijt tevoorschijn in wonden vinden heren een engel een kat steekt west 113 over en molen is er
Rozalie Hirs smijt handenvol woorden op papier, maar woorden krijgen alleen betekenis door hun onderlinge samenhang en die samenhang weet Hirs er niet in te brengen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een dichter als H.C. ten Berge, wiens "Zweepvormig sermoen" door de zigzagvorm doet denken aan Hirs' "Vlinders gras". Met die vorm houdt de overeenkomst op. Wie het wil hebben, mag het komen halen, deze "Geluksbrenger".
Paul van Leeuwenkamp
|
|
 |  |