Deze website is mede mogelijk gemaakt door Glimworm IT
- Guillaume Prévost -
"De geheime steen"
deel I van "Het boek der tijden"
oorspr. titel : " Le livre du temps - La pierre sculptée "
auteur : Guillaume Prévost (foto)
vertaling : Saskia Taggenbrock
uitgever : The House of Books, Vianen/Antwerpen
240 blz. , € 14,90
ISBN 978 90 443 2193 7
www.thehouseofbooks.com


Meeliften op de hype van een bepaalde periode daar lijkt me over het algemeen niks op tegen. Prévost heeft goed begrepen dat fantasy momenteel sterk 'in' is en heeft het met zijn serie 'Het boek der tijden', waarvan 'De geheime steen' het eerste deel vormt, in de sfeer van de science fiction gezocht.
De traditie volgend van 'The time machine', befaamde roman van H.G. Wells, laat de auteur zijn hoofdpersonage Sam Faulkner avonturen beleven op diverse locaties in uiteenlopende vroegere tijden.
De tijdmachine, waardoor deze jonge knul (14) telkens wordt verplaatst, is in dit geval 'een grijsachtige steen van zo'n vijftig centimeter hoog met een enigszins ronde bovenkant.' (pag. 21) In deze bovenkant bevindt zich een uitsparing, waarin 'een metalen rondje' past. Na plaatsing van het rondje in genoemde holte en aanraking van de steen wordt Sam uit zijn eigen tijd, de eenentwintigste eeuw, naar het verleden overgeheveld.

En zo maken we onze held mee in de tijd van de Vikingen op het Ierse eiland Iona, waar hij een waardevolle Bijbelcopie uit het daar losbarstend krijgsgeweld weet te redden, voordat hij een rol gaat spelen in de Franse loopgraven van de Eerste Wereldoorlog.
Daarna komt hij terecht in Egypte ten tijde van de Farao's en weet een complot tegen een priester van Ramses te verijdelen. - Hieronder een (biologisch aanvechtbaar) citaat uit de mond van zo'n Egyptenaar, die zijn visie op scarabeeën ten beste geeft (pag. 93):
"Je hebt ze vast wel eens over de grond zien rennen met een grasbol voor zich uit".
(In de praktijk wentelen die torren, traag en moeizaam zwoegend, voornamelijk balletjes olifantenmest van hot naar haar met het doel daar tenslotte hun eitjes in te porren. - De rest van de procedure lijkt me duidelijk.)

Sams laatste tijdreis (tenminste voor zover het dit deel van de cyclus 'Het boek der tijden' betreft) voert hem naar het middeleeuwse Brugge.
Hier maakt hij kennis met de niet zeer getalenteerde schilder Baltus, helpt deze kunstenaar aan een recept ter verbetering van diens kleurstoffen en komt tot de ontdekking dat Baltus'dochter Yser hoogstwaarschijnlijk de overovergrootmoeder is van het meisje Alicia op wie hij, Sam, in zijn eigen tijd hopeloos verliefd is.
Tussen de bedrijven door duikt Sam een paar keer thuis op, hierbij geholpen door zijn nichtje Lili, best een leuk, pienter meisje.
Ook in zijn eigen ambiance maakt hij van alles mee, onder andere op de judomat, want Sam is als judoka niet onbedreven.
Avontuurlijkheden te over dus.
Maar toch: bij het lezen van al deze wederwaardigheden kwam regelmatig het gevoel van déja vu bij me op, de indruk één en ander al eerder (en niet zelden beter) onder ogen te hebben gehad.
Al doet Prévost zijn best sfeer en spanning te scheppen door beschrijvingen van bij de door Sam bezochte perioden passende details in te lassen, veel nieuws voegt hij niet aan het door hem beoefende genre toe. Bovendien vind ik zijn stijl enigszins houterig; met name de dialogen komen wat stijfjes over. (Aan de vertaling ligt dit niet; die is professioneel genoeg.)
Ook stoorde het me dat deze jeugdroman op zichzelf geen afgerond slot heeft.
Sam mag dan op zoek zijn naar zijn onverwacht en onder geheimzinnige omstandigheden verdwenen vader, van wie we te weten komen dat deze gevangen gehouden wordt door de wrede vijftiende-eeuwse Walachijse tiran Vlad Tepes V, bijgenaamd 'Dracul' (duivel), die model heeft gestaan voor de even beruchte als befaamde graaf Dracula in de gelijknamige naam roman van Bram Stoker, maar waarom moet ik de hemel mag weten hoeveel boekdelen aanschaffen en uitlezen om te weten te komen op elke wijze Sams papa uiteindelijk verlost wordt?

Omdat ik het niet eerlijk vond een definitief oordeel te vellen over een boek dat in niet in de eerste plaats voor mij als volwassene bestemd werd, stelde ik het ter hand aan twee leden van de eigenlijke doelgroep: Timo (13) en Iris (16), met het verzoek of ze het, liefst voor hun eigen plezier en anders voor het mijne, wilden lezen en mij hun bevindingen melden.
Timo, niet de meest enthousiaste lezer uit mijn kennissenkring, was na drie weken tot de helft gevorderd.
'Ik kom er niet doorheen', klaagde hij.
Maar hij vond intussen al wel dat 'De geheime steen' nog 'het meest op de 'Harry Potter' boeken lijkt. - Alleen heb ik díé wèl al- lemaal uitgelezen.'
Zeer te spreken was hij echter over de omslag van de roman (vormgeving Studio Jan de Boer, Amsterdam). 'Precies zo'n middeleeuws boek met toverspreuken.'
Iris gaf te kennen dat ze het eerste hoofdstuk 'erg kort door de bocht' achtte. 'Het gaat dan allemaal zo verschrikkelijk vlug.
Daarná loopt het juist te traag. - En dat ontdekken van die steen en dan meteen daarna dat muntje is wel èrg toevallig.
Dat maakt het zo onwaarschijnlijk. Ik wéét wel dat het allemaal bedenksels zijn, maar je moet het een beetje gewóón laten lijken.'
Duidelijke en juiste woorden.

Jaap Reiding