Deze website is mede mogelijk gemaakt door Glimworm IT
TJITSE HOFMAN
"Ajaa"
gedichten
auteur : Tjitse Hofman (foto)
uitgever: Passage, Groningen
48 blz., € 13,50
ISBN 97890 5452 180 8
www.uitgeverijpassage.nl


In zijn derde bundel vergast Tjitse ons op 28 gedichten, waarin hij er lustig op loskwettert als een mus, tjits, tjitsss.
Ze bestaan uit korte regels van één of enkele woorden zodat je al vlug een bladzijde vol hebt met een gedicht dat staat als een weipaal.
Kenmerkend voor zijn stijl zijn de afgebroken zinnen, die de lezer mag aanvullen.
Voorbeeld: "en het verhaal van de windvaan / die zich van geen kwaad bewust dat de lucht lek".
Deze rebus lukt wel, maar niet altijd komt het opgeworpen balletje goed terecht en dan grijpt de lezer er al eens naast.
Dit spelelement draag bij tot de luchtige toon van het geheel, en is een deel van het dienblad waarop humor geserveerd wordt.
Het lijkt makkelijker dan het is, probeer het toch maar eens zelf.
Neem een schaar, knip drie vierde van elke zin weg, maar houd het leesbaar, dan zeggen ze van je "een man van weinig woorden". (Tevergeefs zoek ik de "lange adem" uit de flaptekst.)
Gooi er een flinke dosis zelfverzekerdheid tegenaan, peper het geheel met flink wat branie... je vindt altijd wel iemand die het poëzie noemt of de teksten naast een verzenbundel heeft zien liggen.
Spuit er wat woorden en uitdrukkingen over die je simpele, maar eerlijke overgrootmoeder in de mond nam en dien op, ajaa!
In de ritmiek hoor je bijna de stem van de performer.
Herhalingen maken het begrip van een gedebiteerde tekst bevattelijker.
Banale clichés wisselen af met echte vondsten.

Geen zwaardravende zinnen, maar gevederde poëzie, volks soms, alledaags, "hè shit", eenvoud van woordkeus zodat het net geen kindergedicht is. Gedacht, zo denk ik, voor een doorsnee publiek.
De aangesneden onderwerpen zijn al even vlot en gewoon voor normale mensen, maar niet voor een Poëzielezer.
Dagdagelijkse toestanden spelen zich op dit papier af: "Toen je me belde / stond ik op het punt / de deur uit te gaan / met in mijn hand / een doormidden / gesneden goudreinet".
Je komt in die verzen vogelkastjes tegen, een stukje "Vollmilch Schokolade", jeuk, "eiers", "allerliefste" meisjes, maar ook afscheid, liefde en dood.
Zoek niet naar uitgesponnen of diep doorvoelde, grrrooote emoties, kernachtige ideeën, visie of ernst.

De twee gedichten waarin een plaatsbeschrijving gegeven wordt vormen een uitzondering: grapjes rond "Westerbork" lijken me niet gepast en "Ruigoord" (p. 12), het plaatsje dat stand hield tegen de uitbreiding van een al te gulzige haven is ook geen leutig voorbeeld van respect voor mensen en erfgoed.

Ruigoord

Er moet nog ergens
een tandenborstel zwerven
die is blijven liggen
na het lenen van een nacht

In een boekenkast
zal ie liggen denk ik
in een boekenkast
naast een bed

Ik weet nog goed
hoe het gelegen lag
het lag er warm
het lag er best.

In de laatste gedichten uit de bundel wordt de auteur warempel lyrisch ("Zons", "Tijger", "Allerliefste").
Het vierdelige gestoethaspel rond Liesbeth in haar laatste cyclus speelt op het contrast tussen tederheid, liefste liefde en koude wetenschappelijke termen.

De ratio is een hinderpaal voor fantasie en humor.
Hofman knoopt de verbeelding los van het paaltje van het nuchtere verstand en gaat zijn absurdistische gang.
Het gedicht "Buikstaartbaardhaar" is er het fraaiste staaltje van.

De humor is van het onderkoelde type, langs de neus weg geformuleerd. Om het wat meridionaler te zeggen: Hofman is "een flauwe plezante".
Dus geen billenkletser.
We prutsen even aan het mechaniekje van de lach.
Woordenspelletjes zijn legio: "Dat kan de eenden / aan de overkant / niks schelen / ook niet wat / de ijsvogel uitvogelt" of "Want in het hele lal / was er niemand / zo hoe zij was // Niet in het / hele lal".
Het romantische gedicht "Allerliefste" staat er bol van.
Hij hanteert virtuoos het recept van de overdrijving: "Ze bemerkte / me al van verre / haar zware lijf / is een mysterie / de aarde trilt / wanneer ze / aan komt draven". Of: "En inderdaad / ik word er wild / van binnen zingt / van binnen brult // Het beest in mij / mijn tijger".

Een ander procedé is dat van de vergelijking van iets of een situatie met een gegeven uit een andere (leef)wereld: "op mijn voorhoofd / een veeg teken dat / het aftakelingsproces / begonnen is / van nu af aan / ben ik gammel".
Een gecamoufleerde vergelijking van een mens en déluge met een uiteenvallende wagen komt hier om het hoekje loeren.
Het door elkaar haspelen van de figuurlijke en letterlijke betekenis van een woord werkt dubbelzinnig (gelaagd) en eveneens op de lachspieren: "Hij heeft het haar / naar het hoofd gesmeten".

Tal van kietelende neologismen als: sprooks, warms, zons, smotsen enz... getuigen van zijn olijke bedrevenheid in vrolijkheid.
En waarom zou gewone ironie ontbreken? "En ze leefden nog lang en gelukkig".
De grapjas staat Hofman goed, moge hij hem nog jaren aantrekken.
Het moet niet altijd zwaar maisbrood zijn dat aangesneden wordt, popcorn lusten we ook.

Mark Meekers