 |  |
"Geheime kamers" roman auteur : Jeroen Brouwers (foto) uitgever : Eldorado, Amsterdam 488 blz. , € 12,50 ISBN 978 90 471 0065 2 www.uitgeverij-eldorado.nl
|
 |
Hoe krijg je zo'n stel onsympathiekelingen bijelkaargeschreven! Ik heb 'Geheime kamers' jaren geleden al eens gelezen (het boek dat ik momenteel ter bespreking naast m'n laptop heb liggen is een herdruk, de eenentwintigste) en herinner me dat de personages toen óók al niet bijster aangenaam op me overkwamen.
Daar heb je dan Jelmer van Hoff. Een loser uit het boekje. Mislukt als geschiedenisdocent (geen orde, hoewel hij volgens een van zijn leerlingen boeiend kon vertellen), initiatiefloos levend van het hem toekomend uitkerinkje en het salaris van zijn vrouw, een verhouding beginnend met de eerste de beste (nou ja, bèste) lellebel die zich daartoe aanbiedt en meteen braaf plaatsmakend als haar oorspronkelijke kloris zich na verloop van tijd aandient. Te slap om zich te ontworstelen aan zijn zinloze verkikkerdheid op de zangeres Daphne Uitwyck, voor wie hij in zijn studententijd al gevoelens van verliefdheid koesterde, maar die trouwde met Jelmers vriend Nico Sibelijn. Vervolgens Jelmers echtgenote Paula Doorenbos, arts en in zowel een medische maatschap als een seksuele relatie verenigd met haar partner Arie Weldon. Van haar eigen man moet ze niets meer hebben, nadat ze een dochter met het syndroom van Down heeft gebaard: Hanneke, een lief, zij het nagenoeg achterlijk kind, dat veel snot en slijm produceert. Jelmers schuld, die misgeboorte, oordeelt Paula, en onttrekt zich prompt aan alles wat met een huwelijksleven samenhangt, al komt een scheiding aanvankelijk nog niet in haar kraam te pas. Die voert ze pas door als ze haar zaakjes met Arie grondig geregeld heeft.
Daphne Uitwyck, de beroemde sopraan, stipte ik al even aan. Een volkomen onbetrouwbaar secreet. Bedriegt haar man al van vóór hun huwelijk met - nee, niet eens met Jelmer, maar met haar zangpedagoog Johann Fahrenfurth, óók al zo'n lekker dier, onder andere voortdurend van zijn taken op muzikaal gebied afgeleid door begrijpelijke maar een docent niet echt sierende relaties met zijn jeugdige élèves, door jaloerse Daphne aangeduid als eenhapsgebakjes. Jelmer kenschetst deze Fahrenfurth in gedachten tegenover Daphne als Die kerel die aan je kont zat toen Nico juist de andere kant opkeek. Jelmer echter wordt door zijn beminde Daphne alleen maar op allerlei geraffineerde manieren aan het lijntje gehouden, en opgegeild zodra zij vermoedt dat zijn belangstelling voor haar tanende zou kunnen zijn.
Maar eens een keertje naar bed met die arme drommel, no way. Nico Sibelijn, de volmaakte cocu. 'Hij hoeft niet alles te weten', vindt Daphne (pag. 87). 'Hij komt niets te kort en daar mag hij tevreden mee zijn. Er zijn geheime kamers waar hij niets te zoeken heeft.' Geconcentreerd als hij is op zijn werk als paleontoloog heeft hij jarenlang niks in de gaten van de scheve schaatsen waarop zijn echtgenote zich voortbeweegt, maar langzamerhand begint het hem toch te dagen, al legt hij verkeerde verbanden, mede door toedoen van zijn en Daphnes miezerige zoontje Arne. Als hij dan ook nog door de schandaaltjespersmuskiet Willem Valkman van het boulevardblad 'Skick' onderuitgehaald wordt als wetenschapper slaan bij Nico de stoppen door en wordt hij het sukkelachtige slachtoffer van omstandigheden die hij niet heeft overzien, ook niet naar zijn hand weet te zetten, en impulsen die hij niet vermag te beheersen.
Kruisbestuivingen zoals Brouwers ze in 'Geheime kamers' beschrijft zijn zolang de mensheid bestaat aan de orde van de dag geweest, en omdat natura artis magistra (est) staat ook de literatuur er sinds haar begin bol van. Wat de thematiek van 'Geheime kamers' betreft dus niets nieuws onder de zon. Je kunt als schrijver alleen voor wat nieuwe details zorgen. Een meisje met het downsyndroom en de problematiek die zo'n kind met zich meebrengt; de wereld van de muziek; grotonderzoek; een jojo als intrigerend symbool. Zulk soort aspecten. Brouwers vlecht ze kundig genoeg door de bekende thema's van ontrouw, jaloezie, leugenachtigheid heen om te verhinderen dat je als lezer al vanaf bladzijde vijftig stiekem begint te loeren hoeveel je er nog moet tot aan het slot. En dan is er nog het kundige vlechtwerk van diverse motieven. De revolver bijvoorbeeld die tegen het eind van het verhaal zo'n cruciale rol speelt komt heel aan het begin al even op de proppen. En Jelmers vergiftiging door diens bad in een vervuilde beek blijkt later te worden misbruikt bij de lastercampagne tegen zijn vriend Nico.
Het moge intussen duidelijk zijn: de geheime kamers in deze roman bergen weinig aangenaams. En er zijn er heel wat. Om er een paar te noemen: Jelmers minnespelen met Gonneke, die hij leert kennen in het gesticht waar zijn mongoloïde dochter wordt verzorgd; Daphnes geneuk met Johann, onder de piano op haar studentenkamer maar ook wel elders; Paula's nachten met haar maatschapspartner. Zelfs Hanneke vormt een soort geheime kamer: Jelmer noch Paula zijn namelijk geneigd haar bestaan aan de grote klok te hangen.
Als de deuren zich openen (geheime kamers blijven lang niet altijd geheim) openbaren zich ontrouw, walging, haat, verraad, een vunzig soort schaamte en meer van dat onsmakelijks. Geen wonder dat er in de loop van het trieste verhaal nogal veel gebraakt wordt en dat sommige bladzijden met snotpegels en spuugdraden aanelkaargeplakt lijken te zitten. O ja, in broeken gepist en gescheten wordt er eveneens bij het leven. Functioneel, gezien de strekking van de roman in zijn totaliteit. En het lijkt smeriger dan het is, want dat ook dergelijke scènes in een sublieme stijl worden weergegeven is Jeroen Brouwers volledig toe te vertrouwen.
Jaap Reiding
|
|
 |  |